Ik heb een aardje naar m'n vaartje
Vraag Pierre naar vroeger en tranen rollen over zijn wangen. ‘Hier doet het pijn’, zegt hij, met de hand op zijn hart. ‘Die pijn kan niemand eruit halen. Die zit er gewoon.’
Pierre (1956) is gevoelig. Hij wil het graag goed doen, maar als mensen hem dwarsliggen dan raakt hem dat diep. Onder invloed van alcohol is hij dan niet meer te houden. ‘Als ze mij voor de gek houden’, zegt hij met harde stem, ‘dan trek ik m’n bek open.’ Nee, Pierre laat niet met zich sollen. Hij balt zijn vuist.
Voor zijn vader haalde hij elke zondag een fles jonge jenever en een paar flesjes bier. ‘Wat over was, was voor ikke. Ik was nog geen tien!’ Op zijn dertiende overleed zijn ouweheer. Tussen Pierre en zijn stiefmoeder kwam het nooit goed, dus trok hij zijn eigen plan. Op zijn zeventiende ging hij het huis uit en tot zijn dertigste werkte hij bij een bakkerij in Helmond. Daarna had hij allerlei baantjes. Hij woonde in verschillende plaatsen. De laatste 24 jaar in Enschede.
Toch kwam hij op straat terecht. ‘Waarom? Door m’n eigen schuld. De huur kon ik wel betalen. Maar de drank! Geluidsoverlast. Trammelant met de buren. Ik verdedig mij. De woningbouw accepteerde het niet: meneer, u kunt vertrekken.’ Acht jaar lang leefde Pierre een zwervend bestaan. Hij sliep bij het Leger des Heils, bij Humanitas Onder Dak, bij een kennis of op straat. Heel wat nachten bracht hij door op het politiebureau en in de gevangenis. ‘In totaal heb ik wel tien jaar gezeten. Allemaal door de drank. Ik drink – ik zuip – al 40 jaar. Ik ben gewoon alcoholist geworden. Net als m’n vader.’
De alcohol in combinatie met zijn gevoeligheid leiden nogal eens tot confrontaties. Maar het is niet dat het Pierre allemaal niets kan schelen. Integendeel. Hij doet alles wat hij kan om aan de Hengelosestraat te kunnen blijven. Zijn financiën heeft hij keurig op orde. Is het geld op, dan pakt hij zijn mondharmonica en gaat naar de stad om wat bij te verdienen. ‘Ik ben zó blij dat ik nooit meer op straat hoef te slapen. En dat ik een familie terug heb. Ik ben geen Einzelgänger. Ik heb altijd mensen om me heen gehad. Dit wil ik niet kapot hebben.’
Met dank aan Tactus en Pierre
Zie ook:
Leeuwarden burgert in
Humanitas Onder Dak
< Terug